Poorters van Tricht (voorheen Compagnie Landen van Overmaas)

De Poorters van Tricht nemen je mee naar de tijd van 1390-1420 naar het leven van de burgers in en rond, onze huidige provincie hoofdstad, Maastricht.

We willen laten zien hoe het leven van een burger (poorter) er in die stad en tijd uitzag. Dit doen we in de vorm van ambachten maar natuurlijk word ook gedacht aan de verdediging van de stad en haar belangen.Dit wordt verzorgt door de stads militie en de gezworen schutterijen.

We streven er na een zo historisch verantwoord mogelijk beeld neer te zetten. Hiertoe pluizen we de diverse raadsverslagen en stadsrekeningen uit die periode na. Daarnaast wordt literatuur doorgenomen, bezoeken aan musea e.d gebracht.

Op deze manier proberen wat we laten zien ook te kunnen verantwoorden met de nodige bronnen.

 

Waarom de naamswijziging?

Bij het oprichten van de groep leek het ons mooi om een stukje geschiedenis uit te beelden dat dicht
bij huis staat. Wat regio betreft kwamen we snel bij de Landen van Overmaas: het gebied van de
huidige provincie Zuid-Limburg, de Voerstreek in België en een klein stukje in Duitsland. Omdat
we bij het opstarten een militaire voorkeur hadden, wat denk ik elke beginnende re-enactor heeft,
zijn we voor een compagnie gegaan. Of dit daadwerkelijk bestond in onze contreien wisten we toen
niet. We hadden toen verondersteld dat we dat achteraf wel zouden kunnen rechtvaardigen aan de
hand van bronnen. De periode werd 1370: de tijd waarin de slag bij Baesweiler heeft plaats
gevonden.
Naarmate we echter steeds meer begonnen te lezen en na te spitten, bleven de bronnen uit. Er
zwierven geen compagnieën huurlingen, in de periode van rond 1370, in de Landen van Overmaas
rond. Of in elk geval niet in de vorm die we voorstonden. Tevens zijn er ook geen bronnen die
staven dat er huurlingen meestreden bij Baesweiler. De hertogenlijke legers bestonden uit edelen,
ridders en welgestelden (man at arms).
Om ons doel te kunnen nastreven, moesten we een keuze maken om iets anders te gaan vinden waar
wél bewijs voor handen was. We hadden een beginnersfout gemaakt, namelijk gelijk voor een
verhaal te gaan wat we leuk vonden, en daarna pas op zoek te gaan naar bronnen die ons verhaal
konden staven.